Whiplash
De term "whiplash" (Engels voor zweepslag) verwijst eigenlijk naar een plotse onverwachtse versnelling van het hoofd en nek door bijvoorbeeld een kop-staart botsing.
Medisch gezien wordt de term whiplash gebruikt in Whiplash Associated Disorder oftewel aan whiplash gerelateerde verstoringen. Deze term, afgekort WAD, is in het leven geroepen omdat whiplash alleen iets zegt over wat er gebeurt is met de nek. Het gaat echter vooral om de symptomen die het gevolg zijn van een dergelijk ongeval.
Wat gebeurt er nu bij een dergelijke botsing of een ander ongeval waardoor de nek een plotse versnelling te verwerken krijgt?
Wanneer men aangereden wordt van achteren schiet in eerste instantie de auto vooruit met daarin de passagiers. Het hoofd dat vastzit op de beweeglijke nek reageert echter vertraagt en beweegt niet direct mee. Terwijl het lichaam vooruit schiet, blijft het hoofd relatief stil staan. Hierdoor kantelt het hoofd naar achteren en door de onverwachtsheid veel verder dan goed zou zijn (hyperextensie). Vervolgens komt het lichaam tot stilstand maar het hoofd schiet juist dan door naar voren (hyperflexie). Vaak komt het hoofd tot stilstand tegen de airbag of in minder gelukkige situaties tegen de vooruit, stuur of dashboard. Whiplash kan ook het gevolg zijn van een zijwaartse impact (we spreken dan van een “sidelash”).

Vaak denkt men dat de snelheid bij de botsing het belangrijkste is. Hoe hoger de snelheid, des te meer klachten, lijkt logisch, maar andere factoren zijn veel belangrijker. Of u de klap aan heeft zien komen maakt dat u uw nek schrap kunt zetten en daardoor de hyperextensie fase sterk heeft kunnen beperken. Een aanrijding bij 20 km/u die u niet aan heeft zien komen dan veel meer narigheid geven dan een aanrijding van 70 km/u die u in de spiegel heeft zien gebeuren.
Klachten lijken in eerste instantie vaak mee te vallen (niet altijd) maar beginnen enkele dagen tot weken na het ongeval de kop op te steken. Symptomen omvatten onder andere de volgende:
- Nekstijfheid
- Nekpijn
- Hoofdpijn
- Concentratiemoeilijkheden
- Problemen met zien of lezen
- Pijn/tintelingen in armen
- Geïrriteerdheid
- Moeite met evenwicht
- Geheugen problemen
- Maag-darm problematiek
- Slaapproblemen
Waarom de ene mens wel klachten ontwikkelt en de andere niet is nog niet geheel duidelijk. Wel is het natuurlijk van belang hoe u er voor het ongeval voorstond; was de algehele gezondheid goed, hoe was uw conditie, hoe bent u met het ongeval omgegaan (heeft u rust genomen, bent u rustig blijven bewegen, heeft u de ervaring als traumatiserend ervaren, bent u meteen volop aan het werk gegaan), wat u dagelijkse bezigheden zijn (veel zittend werk, of juist zwaar fysiek werk).
Door de klap zijn de sensors in de nekspieren, pezen en banden die ons normaal gesproken vertellen waar ons hoofd is in de ruimte (staan we rechtop, zijn we gedraaid etc.) flink verstoord geraakt. Hierdoor is de informatie vanuit de nek niet meer in overeenstemming met o.a. de informatie vanuit het evenwichtsorgaan en de visuele informatie. Hierdoor kan een gevoel van draaierigheid en misselijkheid ontstaan. Om zo goed mogelijk te compenseren voor deze zwakte zien we vaak dat nekspieren hard aangespannen worden wat leidt tot stijfheid, nekpijn en hoofdpijn.
Inmiddels is ook bekend dat mensen met WAD (whiplash) welhaast zonder uitzondering verstoringen hebben in de manier waarop de ogen bewegen. Dit kan grote problemen geven met lezen en concentreren.
Bij de behandeling van whiplash geassocieerde klachten is het uiterst belangrijk dat eerst het functioneren van het zenuwstelsel in kaart wordt gebracht. Er moet dan gekeken worden naar o.a. de volgende aspecten:
- Houding
- Oogbewegingen
- Evenwicht
- Gevoel in armen, benen en gezicht
- Nek beweeglijkheid
- Spierspanning
- Kracht in armen, benen en gezicht
- Coördinatie
- Reflexen: armen, benen, pupil e.a.
Op die manier wordt een goed beeld verkregen van de sterke en zwakke punten. Vervolgens kan een behandelplan op maat gemaakt worden waarin de zwakke punten aangesterkt worden.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat niet altijd met nekmanipulatie moet worden begonnen en dat lichte beweging en activiteit juist goed is. Verbetering van nekbeweeglijkheid, evenwicht en oogmotoriek zijn vanuit functioneel neurologisch oogpunt zaken die snel aangepakt moeten worden om verdere verslechtering te voorkomen. Wanneer die drie weer goed beginnen te functioneren treedt in de meeste gevallen verbetering van de andere symptomen vanzelf op.
Wilt u weten of onze benadering voor u geschikt is en welke mogelijkheden er nog meer zijn? Neemt u dan gerust contact op per e-mail of telefoon.


